Climbbybike logo
Zoeken
myclimbbybike

Nieuwe klimverhalen

Lees verhalen van collega fietsers en van Climbbybike over beklimmingen van over de hele wereld.

Cuneo – Briançon - over de moordcols van de Zuidelijke Alpen

Moordcols? Klinkt dat niet een beetje overdreven? Welja, als één van de cols als bijnaam de "colle dei morti" heeft, is er misschien toch iets van aan. En misschien zijn er wel meerdere redenen om deze cols aan de dood te toetsen. Maar dat verneem je verder in dit verhaal, dat begint in Cuneo.

Wanneer je in Cuneo naar het oosten kijkt, heb je er geen idee van dat je je vlakbij de Alpen bevindt. De Po-vlakte strekt zich uit tot nabij Cuneo bij de samenvloeiing van de Stura en de Gesso. Draai je je om dan kan je de bergen bijna aanraken. Binnen de 10 kilometer rijd je al de tussen de tenen van de Alpen, die als een kom Cuneo en het noordelijker gelegen Torino omsluiten, parallel met de Italiaans-Franse grens.

Die grens is dichter dan je denkt. Met één enkele beklimming bereik je ze, tussen de snel oprijzende en verbazend hoge toppen. Maar we hebben besloten om, vooraleer we de grens overfietsen, in noordelijke richting enkele bergruggen over te steken. Want eigenlijk zijn we vooral daarvoor naar hier afgereisd. In het oostelijke ochtendgloren kan dit zuidelijke deel van de Alpen immers bij de mooiste van de Alpen worden gerekend. Maar... ook bij het zwaarste.

De komende twee dagen staan 4 cols op het menu. Niet zomaar 4 cols, maar 4 cols "hors catégorie". In twee dagen rijden we van Cuneo naar Briançon over de Colle della Fauniera, Colle di Sampeyre, Colle dell’Agnello (grens met Frankrijk) en de Col de l'Izoard. In de Tour de France wordt die laatste steevast als een col buiten categorie gecatalogeerd. Het zal veruit de makkelijkste van deze vier cols blijken.

start

Bij een fris ochtendzonnetje rijden we in westelijke richting de bergen tegemoet. Weinig wind, voorlopig. Perfect voor een prachtige zware dag op de fiets. Eerst gaat het zuidwestelijk richting Borgo San Dalmazzo. Vanaf daar begint de weg licht te stijgen, om vervolgens opnieuw af te dalen naar de rivier de Stura. Het begin van de klim zou je ook daar kunnen situeren, al blijf je verder rijden op de grote weg, met de Stura aan je linkerzijde.

Er is tamelijk wat verkeer op deze weg. Het is dan ook één van de makkelijkste ‘lees: minst steile) grensovergangen voor vrachtverkeer. Volg je de SS21, dan kom je immers aan de grensovergang van de Colle della Maddalena / Col de Larche terecht en rijd je verder door naar Barcelonnette. Hoewel je daar met de fiets eigenlijk niet door mag.

Maar het aangename Barcelonnette is voor later en wat verder slaan we bij Demonte rechtsaf en begint de echte klim. En dat voelen we meteen! Al van bij de eerste hectometers gaat het richting 10%. Om vervolgens te dalen en dan weer te stijgen. Het patroon voor de eerste kilometers is gekend, doch onvoorspelbaar. De weg volgt de bewegingen van de berg. En die zijn verre van gelijkmatig. Voor de minder gevleugelde klimmer is dit niet ideaal. Op één van de 10%+ stroken worden we ingehaald door een Italiaans klimmertje van 60 kilo. Wat verder steken we hem terug voorbij op een dalende strook. Zo gaat het nog enkele keren verder.

middle

Beschut tussen de bladen zijn we er ons niet van bewust dat de wind is gaan opsteken. Behalve op de Mont Ventoux hebben we in 20 jaar klimmen slechts sporadisch last gehad van de wind. De hoge bergen beschermen je meestal en vlakken de wind uit. Niet zo vandaag. De straalstroom stuwt de wind in oostelijke richting, de verkeerde kant op. Wanneer we na zo’n 10 kilometer klimmen San Giacomo met zijn mooie witte kerkje bereiken, opent de klim zich en voelen we voor het eerst de wind. Net op deze plaats begint de klim ook meer te stijgen. Vanaf hier overbrug je de komende 10 kilometer 900 hoogtemeters. Vergelijkbaar met het bos van de Mont Ventoux dus. Alleen heeft de wind hier nu vrij spel en blaast met zo’n 4 beaufort in het gezicht. Dat valt tegen. Het voegt een onzichtbare 2% toe aan de klim die vanaf nu dus continu rond de 10% schommelt.

We zwoegen ons naar boven en genieten van die paar haarspeldbochten die ons voor een paar honderd meter rugwind schenken. We geraken niet meer over de 10 km/u. Gelukkig is de omgeving prachtig. En hoewel hier weinig gemotoriseerd verkeer passeert is ook het wegdek best ok. Meer dan een uur later bereiken we de splitsing naar de Colle della Valcavera waarvan de top vlakbij ligt. Het zwaarste is nu achter de rug.

to

De twee resterende kilometers tot de top zijn slechts een formaliteit, al wordt het wegdek steeds slechter. Een voorbode van wat volgt! Op de top zien we het Marco Pantani memorial staan. De Italiaanse klimmer heeft hier een prachtige en welverdiende plaats gekregen. We zitten ondertussen op 2511 meter hoogte en zijn al een drietal uur onderweg. We hebben bijna 2,000 hoogtemeters overwonnen. Hoewel, als je de afdalingen in rekening neemt is dat nog een stuk meer. Gelukkig volgt er een echte afdaling. Nu ja, gelukkig.

Pantani

We vatten de afdaling aan en missen bijna de afslag naar de Col d’Esischie en Marmora. Wat volgt is een mix van alles wat je in een afdaling niet wil terugvinden: steenslag, diepe putten, blinde bochten, steile passages, regengoten, stenen en dat alles ook nog eens gemaskeerd door het spel van schaduw en zon. Opperste concentratie is vereist en we dalen nooit sneller dan 30 km/u. Onze schijfremmen (gelukkig!) zien af en hoewel we na zo’n 20 jaar bergfietsen wel iet of wat kunnen dalen, moeten we bijna continu remmen. En net wanneer je denkt dat het wegdek wat beter wordt, krijg je opnieuw putten en grind. Dit is de slechtste afdaling die we al zijn tegengekomen in onze fietscarrière. Een klein uur later staan we eindelijk beneden, in Ponte Marmora. Een snelle hap later zitten we terug op de fiets richting Stroppo waar de Colle di Sampeyre begint.

descent

Na enkele vlakke kilometers over de SP422 nemen we links de afslag voorbij Bassura di Stroppo. De klim loopt meteen steil op. De eerste 2 kilometers gaan aan zo’n 10%. Bij de kerk van Stroppo nemen we de afslag naar Elva en wordt de klim minder steil. De bomen bieden vanaf hier een welgekomen beschutting tegen de middagzon. We zijn eind augustus. Rechts boven ons zien we het kerkje van San Peyre. Dat is het eerste doel. Twee lange rechte lijnen en twee haarspeldbochten verder passeren we het mooie kerkje.

We maken nu een grote bocht tegen de bergwand aan, weg van waar we uiteindelijk naartoe moeten. Vanaf Cucchiales tot San Martino winnen we tussen de bomen nauwelijks hoogte. Aangenaam is het wel, maar het roept ook vragen op. Want die bijna vlakke stroken moeten we later vast goedmaken. Dat blijkt al meteen nadat we San Martino verlaten. Een heftige strook van zo’n 15% kondigt de rest van de klim aan. De berg toont nu zijn ware gezicht en we blijven aan bijna dubbele percentages omhoog kruipen. Wanneer we twee kilometer verder nogmaals 15% voor de kiezen krijgen, besluiten we even op adem te komen. Ook dat is ons al lang niet meer overkomen. Stoppen tijdens een klim doen we niet meer sinds de tijd dat we voor het eerst de Mont Ventoux beklommen en noodgedwongen het hoofd moesten buigen.

start

De goede en slechte tekenen herkennen we intussen bij onszelf. Zitten we nog fris genoeg om van de omgeving te genieten? Of storen we ons aan die motors die langs je scheren? Vragen we ons teveel af hoe-ver het nog is? We volgen vooral onze hoogte. Maar hoe hoog was die berg weer? 2584 meter? Of was dat de volgende? Misschien 2211 meter? Nog zo'n 500 hoogtemeters dus. Aan een VAM van 850 meter is dat... te moeilijk om uit te rekenen. Vaak verliezen we ons nochtans goed ontwikkeld rekenvermogen ergens mid-den op een berg. Is het de ijle lucht of gewoon de state-of-mind die ons niet toelaat een eenvoudige reken-som te maken? We duwen verder. Bicycle emptiness. Komt er niemand achter ons? Geen mikpunt voor ons in elk geval. Haalt niemand ons in? Waarschijnlijker. Het is intussen jaren geleden dat we ons midden een beklimming nog afvroegen waarom we dit deden. Een goed teken. We beheersen intussen het klimmen en de bergen. Adem en kadans, van voet tot top. Hoe lang of hoe steil ook (nu ja...). Hoewel we nog afzien kunnen we er steeds meer van genieten.

Met frisse moed vatten we het laatste deel van de klim aan. Wat verder slaan we rechts de weg in richting de top die we in de verte zien liggen. Nog zo’n drie kilometer klimmen. We fietsen nu op de kam van de col waar de wind vrij spel heeft. Gelukkig hebben we deze keer wind mee. Dat helpt, want de klim blijft steil. Wanneer we de top bereiken hebben we een 360° zicht op de omgeving. Moeder Maria kijkt mee vanop 2284 meter hoogte. We hebben onze tweede col buiten categorie overwonnen en krijgen een afdaling als toetje.

start

Zo slecht als die van de Colle della Fauniera, kan deze alvast niet zijn. Maar maak je niet teveel illusies. Ook deze afdaling is erg tricky en de putten in het wegdek zijn ook hier legio en kunnen je na elke bocht verrassen. Betere stukken worden plots afgewisseld met erg slechte stroken. Handen dus weer aan de remmen en opperste concentratie. We vrezen dat ook hier al vele slachtoffers zijn… gevallen. Gelukkig bereiken we heelhuids Sampeyre waar we, na 110 kilometer en 6 uur en een half fietsen kunnen bekomen van deze toch wel bijzondere tocht. Wat een dag. We hebben ons record van het laagste gemiddelde vlotjes gebroken, maar dankzij deze ervaring kunnen we weer heel wat meer aan. Morgen wachten de Agnello en de Izoard.

Dag 2 : over de grens

Het belooft weer een prachtige dag te worden. Geen wolkje aan de hemel, een graad of 15. Perfect om onmiddellijk de klimmersbenen boven te halen. En dat moet ook, want vandaag beklimmen we opnieuw twee grootheden uit de klimgeschiedenis; de Colle dell’Agnello (“de schapencol”) en Col de l'Izoard. Aangezien we in Sampeyre overnachtten, dient er ook al van in de eerste meters te worden geklommen. Hoewel de officiële start van de klim maar een tiental kilometer verder, in Casteldelfino ligt, gaat het al net buiten Sampeyre goed omhoog. Dat zwakt later af, maar in die 10 kilometer overbrug je toch al 320 hoogtemeters. En die gaan ook op de teller.

”start

Na een halfuurtje op en neer en zelfs al enkele haarspeldbochten bereiken we Casteldelfino waar de SP105 zich netjes rondslingert. Nadat we het dorpje gerond hebben begint het stilaan op te lopen en nog voor Rabioux krijgen we een serieuze kilometer van 9% voorgeschoteld. Tot Vilaretto blijft het goed omhoog gaan. Daarna krijgen we een vrij lang quasi vlak intermezzo waarbij we langs het Lago di Castello passeren. Wanneer we door Chianale rijden hebben we toch al 22 kilometer en 900 hoogtemeters op de teller. En eigenlijk moet de klim nog beginnen. Een fantastisch slotakkoord wordt het. Maar ook een ontzettend zwaar. De volgende 9 kilometer zullen we maar liefst 890 meter stijgen, goed voor 9,9% gemiddeld. En al na de eerste bocht zien we een bord staan met 14%!

”Colle

We zitten nu op een echte klim. Dat wordt snel duidelijk. De weg is prachtig aangelegd – wat een verschil met de Colle di Sampeyre en de Colle della Fauniera - en meandert zich de berg op door groene graaslanden van marmotten. Nadat we de spie van de berg zijn gepasseerd opent de col zich. We kruipen nu rechts tegen de bergwand aan en krijgen een geweldig uitzicht op de weg die zich beneden ons, midden het groen, omhoog slingert. Het is een waar genot om op een dergelijke prachtig aangelegde weg met een dergelijk zicht te mogen sporten. Maar het doet ook wel pijn, want de percentages blijven in de dubbele cijfers hangen. Hier en daar biedt de berg korte stukken waar je even kan op adem komen. Er is zelfs een korte afdaling. Die je natuurlijk snel bekoopt met een stuk van 13%.

”horses

Maar de berg heeft nog een verrassing in petto. In een lange, wijde boog rijden we nu tegen de finale kam aan. Tijd genoeg om nog eens te genieten van de besneeuwde bergen en het landschap links van ons. We worden bijna opgehouden door enkele wilde paarden. Gelukkig kunnen we er tussendoor fietsen. Na een voorlaatste haarspeldbocht zien we de top voor ons uit liggen. Het blijft nog een tijd bergop gaan aan dubbele procenten. Pas in de laatste hectometers geeft de klim zich. Op de top krijgen we twee prachtige vergezichten voor de prijs van één klim. Dat de col populair is, is te merken aan de duizenden stickers op de naamborden. Naast een houten sculptuur van een fietser vinden we de bekende aanduiding van de grensovergang France – Italie - 2744 meter terug. Twee van de mooiste (fiets)landen ter wereld, verenigd op één col. Een col om u tegen te zeggen.

”top

Na de gebruikelijke foto’s en verfrissingen (het is boven op de col toch al zo’n 18 graden in de late voormiddag) mogen we van de afdaling genieten. Genieten is het juiste woord. Een prachtige afdaling is het over een prachtige weg. Bijna recht naar beneden tot Molines-en-Queyras waar we de D5 vervoegen. Wat later nemen we in Ville Vielle de D947 richting Guillestre. De geur van de dennen uit de zuidelijke Alpen schiet in onze neus. Stilaan kunnen we beginnen te denken aan de Col de l'Izoard. Maar eerst komen we nog voorbij Chateau Queyras genaamd naar het kasteel dat zich op een rots boven het stadje verheft dat op haar beurt is vernoemd naar de streek. Even moeten we klimmen. Daarna dalen we verder tot de afslag naar de Col de l'Izoard. Bekend terrein.

”Chateau

De mooie aanloop vanaf Guillestre door de bergengte langs de rivier de Guil doen we deze keer niet. Het gaat dan ook onmiddellijk echt bergop. We passeren en stoppen in Arvieux voor het middageten. Links op het pleintje is een warme bakker met een mooi terrasje. Koude drank, lekkere broodjes en taartjes of ijs. Dat laatste houden we voor later. Gesterkt beginnen we aan het lastigste deel van de klim; een streep rechtdoor van 2 kilometer aan zo’n 9%. Dan nemen we de brede bocht rechtsop naar het finale deel van de klim. De klim schommelt tussen de 8 en de 9% en is zeer gelijkmatig. Na de beklimmingen van de laatste dagen is deze klim, die in de Tour steevast als buiten categorie wordt gecatalogeerd, bijna een eitje.

”Casse

Op drie kilometer van de top kom je uit het bos en verandert plots het landschap. Voor je ligt de Casse Déserte. Je waant je plots in een Amerikaanse western. Weeral missen we de gedenkplaten van Louison Bobet en Fausto Coppi. Maar we mogen wel enkele honderden meters dalen. Dat schiet op. Nog een moeilijke kilometer en we kunnen weer de gekende stele uit 1934 ter ere van generaal Baron Berge en zijn troepen, die de Routes des Alpes over de Izoard, Col de Vars en Col de la Cayole mee vorm gaven, aanschouwen. We staan op 2360 meter hoogte, op de grens van de noordelijke en de zuidelijke Alpen. Een mooi slotakkoord van een tweedaagse met vier fantastische beklimmingen! Op naar Briançon. En dan weer verder. ...lees verder

  • 9/12/2020
Lees verder

Koop Climbbybike's nieuwe fietstrui

Sponsor